PKN
Protestantse Gemeente te Bennebroek
 
Pastoraat Pastoraat
4 augustus 2020:
PASTORALE BRIEF      “  LEREN LEVEN MET ONZEKERHEID”

Het is alweer jaren geleden dat we als kerkenraad een bezinningsweekend hadden in Kaagdorp  met als thema: “ Leren leven met onzekerheid ”. Dat ging over de toekomst van onze kleine vergrijsde, maar o zo dappere gemeente.  In het pastoraat hoor ik mensen op zekere leeftijd, als de krachten afnemen zeggen:   “ Het is leren leven met onzekerheden.”   En in de spreekkamer van de oncoloog  hoor  ik opnieuw : “ U, moet leren leven met onzekerheid”.  Het Break-out Team zegt in haar manifest voor een veerkrachtig en weerbaar Nederland dat we moeten leren leven met onzekerheid. Maar dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Omgaan met onzekerheid vinden we lastig. We houden liever alles onder controle vanuit ogenschijnlijke zekerheid. De complexe wereld waarin wij leven gaat gepaard met permanente onzekerheid. Wij moeten daarmee leren omgaan en accepteren dat wij alleen kunnen leven vanuit onzekerheid.  In tijden van Corona worden we daar pijnlijk mee geconfronteerd.
 Mensen overal ter wereld zijn van slag geraakt. De crisis raakt ons allemaal. Ik sprak een oude vrouw: ze vindt het zo erg voor jonge mensen en hun ouders, dat zij deze crisis in hun toekomstverwachting moeten meedragen. Of die man: in zijn tranen zag ik de verwarring en de angst dat ons leven, als het erop aankomt, aan een zijden draadje hangt. Hoe kwetsbaar zijn onze samenlevingen, hoe kwetsbaar zijn gewone mensen. Er is onzekerheid over hoe het nu verder moet met onze wereld. Er is inwendige woede omdat het zo zelden de goede kant op gaat met onze wereld. Woede die zomaar kan omslaan in resignatie, in een afhaken en je terug trekken op je eigen kleine erf.  De overdoses aan informatie over het aantal besmettingen, mondkapjes en vaccins en menselijke wanhoop, dag in dag uit, fokt ons op. En de stem van het goede leven die ook in ons hart wil spreken wordt gesmoord en verstikt.  Waren we te goedgelovig over het aanbreken van het  Koninkrijk van God. Te overmoedig ons  zingen over  “Jeruzalem, waar geen ziekte is, geen ongeluk, geen dood en geen gebrek aan brood”( LB 737)

Leren leven met onzekerheid vraagt veel van ons. Wat houdt ons op de been? Hoe speelt ons geloof of ongeloof een rol in dagen van grote onzekerheid. Wat geeft ons moed om het vol te houden en beschikken we over voldoende spirituele elasticiteit? Hoe kunnen we ons hart zo voeden, dat onze hoop niet overgaat in wanhoop. Zeker er is nog maar weinig te zien nu de besmettingen weer toenemen en een tweede golf van het virus zich zou aankondigen. Economen verwachten dit najaar een diepe recessie. We zullen er toch aan moeten dat dit bestaan afgronden kent waarin je kunt vallen. Wij hebben allerlei redenen om bevreesd te zijn en angsten te hebben . We willen allemaal zo graag houden wat we hebben.  “U hebt de Geest niet ontvangen”, zegt de apostel Paulus in zijn grote brief aan de gemeente in Rome,  “om opnieuw als slaven in angstige onzekerheid te leven.”. Leven in angst wordt door Paulus slavernij genoemd.  We hebben de Geest niet ontvangen om weer terug te kruipen in het hokje van angst en onzekerheid, maar om vrije kinderen van God te zijn. Dan kijk je met andere ogen naar de wereld. Dan zie je signalen van hoop en nieuw leven, barensweeën van een nieuwe tijd. Ook vandaag. Het is niet potdicht tussen hemel en aarde. Misschien zien we het niet. Zijn we zo aangetast door onze deprimerende tijdgeest dat eerst de schellen ons van de ogen moeten vallen. Wie met gelovige ogen kijkt gelooft dat diep in deze wereld en diep in ons eigen leven, het levensvuur brandt van God, zichtbaar geworden in Jezus die ons heeft leren bidden: “Uw koninkrijk kome “.
Dat wij ons bange hart gericht houden op Degene die over het water komt aanlopen en zegt “Ik ben het. Wees niet bang” ( Matth. 14: 27 )
In verbondenheid,                                                                                    ds Jolien Nak


21 juli 2020:
Pastorale brief.  “ Dichter bij God, dichter bij jezelf”


Na een fijne vakantie in eigen land (wat is Nederland toch mooi ) schrijf ik u ter inspiratie graag iets over de laatste vakantieweek die wij doorbrachten in het klooster “Nieuw Sion” in Diepenveen.   ( bij Deventer)  
Misschien heeft u op de televisie kunnen volgen hoe de laatste monniken uit de Abdij Sion vertrokken. Het was voor het handjevol oudere monniken niet meer vol te houden het immense klooster en de landerijen te beheren. Inmiddels wonen de cisterciënzers  op Schiermonnikoog en hopen daar hun monastieke leven voort te zetten.
Het klooster in Diepenveen , dat nu vrij kwam, trok veel belangstelling.  Projectontwikkelaars en hoteleigenaren  hadden er veel geld voor over. De monniken wilden echter graag dat het klooster vooral een plek van spiritualiteit zou blijven. Zodoende werd het complex verkocht ( lees: gegeven) aan een oecumenische stichting die op een nieuwe manier probeert de kernwaarden van het monastieke leven voort te zetten. Inmiddels  wordt het klooster bewoond door een oecumenische leefgemeenschap van tien volwassenen en acht kinderen.  Mensen die zich verbinden tot een toegewijd zoeken naar God in vormen van meditatie en gebed. Iedere dag is er een morgengebed, een middaggebed, een avondgebed en een nachtgebed. Dagelijks biddend de Bijbel beluisteren op wat God ons te zeggen heeft en daar biddend op reageren. Het is een gemeenschap waarin samen gevierd en gediend wordt en gastvrij open staat voor anderen.  Er blijkt grote behoefte te bestaan aan een toevluchtsoord, waar je kunt opladen door gebed, meditatie, bijbelstudie  en gesprek. De monastieke spiritualiteit  is gericht op de gemeenschap maar biedt ook ruimte voor de persoon in de stilte en de eenzaamheid. Het woord  monachos zegt het al:  als eenling
Het kwam misschien door het artikel in dagblad Trouw dat er opvallend veel protestantse gasten waren. De protestantse belangstelling voor het kloosterleven en monastieke spiritualiteit is , ondanks de kritiek van de reformatoren op de kloosters, nooit helemaal  weggeweest.  Dietrich Bonhoeffer  leefde in het seminarie van Finkenwalde een soort monnikenleven.  In zijn “Gemeinsames Leben” schrijft hij over de regels in het gemeenschapsleven. Zo is het verboden over iemand te spreken, die er op dat moment niet is. En voordat er Avondmaal gevierd wordt is er eerst ruimte voor een soort persoonlijke biecht. Iedereen wordt opgeroepen om alles wat er tussen hem en de ander in staat uit de weg te helpen.
 In onze tijd is er een opleving van belangstelling voor monastieke spiritualiteit.  Een centraal gegeven van monastieke spiritualiteit zijn de getijden.    De getijden raakten mij in mijn denken over kerk-zijn. Is dat ook niet het wezen van de kerkelijke gemeenschap  dat we voor elkaar instaan ; er zijn voor de ander; elkaar gegeven en vergeven. Een gemeenschap die Christus kan vertegenwoordigen in de wereld. Als geloofsgemeenschap zijn we niet gebouwd op onze  eigen wensen en idealen. God heeft voor de gemeenschap allang de grond gelegd. Daarom treden we er niet binnen met eisen, maar met dankbaarheid.  Met ontroering zag ik hoe die jonge leefgemeenschap in het klooster gebaseerd is op het werk van de Geest. De spiritualiteit begint met ontvankelijke aandacht voor de Geest. Het is de Geest die inspireert. Niet onze behoeften staan centraal, maar het verlangen van God naar onze betrokkenheid op zijn heil en zijn rijk.
Ik leerde in het morgengebed de betekenis van de morgen. Iedere nieuwe morgen is een nieuwe aanvang van ons leven. Elke nieuwe morgen ontvangen we de mogelijkheid om met God een nieuw leven te beginnen. In de stilte van de vroege morgen richten we onze aandacht op Gods zegenende nabijheid. Zoals de profeet zei : “ De Heer wekt mij elke morgen, hij wekt mij het oor opdat ik als een leerling luister”. ( Jes 50:4)  Iedere dag beginnen met gebed en meditatie is geen verspilde tijd. Pas zo kunnen we de uitdagingen van de dag aan.  Hier heb ik leren bidden, zei iemand, door eerst te luisteren naar Gods Woord. Dan is mijn gebed een antwoord op dat Woord. De geestelijke discipline bevrijdt mij van te egocentrisch bidden·
In het nachtgebed als de dag ten einde is en je het laatste moment samen bent voordat het stil wordt noemen we de namen van personen of organisaties die in nood zijn. Het is ook het moment om elkaar vergeving te vragen en vergeving te schenken, zodat we in vrede kunnen gaan slapen. Vergeving is wezenlijk voor het gemeenschapsleven. Want mensen kwetsen elkaar en bestrijden elkaar, belasten elkaar. De christelijke gemeenschap is gebaseerd op de vergeving van onze zonden door Jezus Christus. En die vergeving schenken wij ook aan elkaar. De regel is, wellicht overgenomen van Bonhoeffer, dat men niet over iemand mocht spreken in zijn afwezigheid. Dat lijkt mij een gezonde afspraak.
In verbondenheid,
Ds Jolien Nak


12 juni 2020:
Pastorale brief.   ADEM

Zondag 14 juni is het zover. Dan zal voor het eerst de kerkdienst simultaan worden uitgezonden. Voor het eerst weer met een beperkt aantal bezoekers. De kerkzaal is ingericht volgens de regels van de anderhalve meter afstand. Er is geen koffie en zingen doen we ook niet. Samen zingen blijkt een bron van besmetting te zijn. Neuriën mag misschien wel, hoewel daar het laatste woord nog niet over gezegd is. Voorlopig maken wij gebruik van de schat aan liederen die wij digitaal ten gehore kunnen brengen. En u kunt thuis natuurlijk uit volle borst meezingen.
Toch ervaar ik het ontbreken van samenzang als uiterst pijnlijk. Alsof de adem je wordt afgesneden. Het lied is  immers een sterk verbindende factor. Zodra wij gaan zingen, en eigen sores loslaten nemen we één taal in de mond en vormen we één gemeente. Ik wil graag muziek. Muziek voor oude mensen die nog krachtig zijn – dat zijn wij dus, toch? Krachtig genoeg om te zingen of je te laten zingen. Hoezeer kan een lied je niet boven jezelf uit doen stijgen. Als je zingt kun je veel meer tekst uit je mond krijgen dan wanneer je iets zegt. De kracht van zingen is dat de noten je meenemen naar een niveau waarin je boven jezelf uitstijgt.  Zingen is een van de beste manieren om je geloof te uiten, maar ook je geloof te binnen te zingen. Willem Barnard heeft ons geleerd dat zingen in -ademen is. Het inhaleren van de Geest, omdat we wind/adem/geest te kort komen.
Dat wij ademen, is wat ons in leven houdt. Als wij niet meer ademen zijn we letterlijk doodstil geworden. Er staat aan het begin van de bijbel dat God de mens vormde van klei of leem en Hij blies door de neusgaten Zijn adem in. Die adem is hetzelfde woord voor Heilige Geest. God blies van zijn adem, van zijn Geest in de mens. Als u ademt dan ademt u als het ware God in en God uit. Daar sta je niet bij stil, dat zou ook haast niet kunnen. Welk geschenk kun je nu beter aan God geven dan die adem terug te geven door te zingen. Maar die adem! Om daar mee te zingen tegen de klippen op en als je het zelf niet ziet zitten, dan hoor je mensen om je heen zingen en je wordt gedragen op de vleugels van hun lied.       
Is nu, na Pinksteren de heilige Geest onze levensadem? Als heilige Geest ook hartstocht is voor gerechtigheid. Als heilige Geest ook gloed van ontferming is? Als heilige Geest ook scheppingskracht is, het vermogen menswaardig leven te bevorderen. Dan kan deze wereld een keten van bewoonbare plaatsen worden met het bijbels visioen voor ogen van vrede en recht.
I can’t breathe 
“ Ik kan geen ademhalen” waren de laatste woorden van George Floyd, toen hij in Minneapolis door politiegeweld om het leven kwam. Wordt Gods aangezicht niet zichtbaar in het gelaat van de naaste in nood? “ I can’t breathe”..deze woorden zijn door  demonstranten wereldwijd overgenomen in hun strijd voor gerechtigheid. Als een mantra tegen onderdrukking. Beelden die aan slavernij en kolonialisme herinneren worden van hun sokkel gehaald. “Black lives matter”, zwarte levens doen ertoe.
Het doet me denken aan de woorden van M.L. King in zijn speech “I have a dream”  ( 1963) : “Dat eens mijn vier kleine kinderen in een land zullen leven waar ze niet meer zullen worden beoordeeld op de kleur van hun huid, maar op hun karakter. Ik heb een droom dat kleine zwarte jongens en zwarte meisjes hand in hand kunnen gaan met kleine witte jongens en witte meisjes en samen kunnen leven als broeders en zusters. Met dit geloof zullen we in staat zijn een kiezelsteen van hoop te bouwen uit de berg van wanhoop”.
Soms door ademnood bevangen zingen wij tegen de klippen op liedjes van protest en hoop:  “Omdat Gij het zijt.. laat niet verloren gaan, één mensenkind”  of oude psalmen over het hijgend hert; “de Heer is mijn Herder” of  “Dankt, dankt nu allen God”, “Eens als de bazuinen klinken” ; “ Geest van hierboven..”. Al die prachtige liederen die ons door het donker heen kunnen dragen. Gedragen door vleugels van de hoop. Dat is wat we kunnen doen, weliswaar (nog) niet in samenzang maar wel in ons eigen hart.
Vooruitlopend op het moment dat wij met onze kerkhonger weer als gemeente  samen kunnen komen zingen wij ons lied dat zingt van vergezichten: “elkaar zijn wij gegeven tot kleur en samenklank….. de lofzang om het leven geeft stem aan onze dank”
In verbondenheid,
Ds Jolien Nak



3 juni 2020:
Pastorale brief              Aangeraakt.                                                                                              
Als ik vrijkom
ga ik iemand vragen
mij aan te raken
heel voorzichtig graag
en langzaam
raak me aan
ik wil
weer leren
hoe het leven voelt
( Uit:   De dag dat je brief kwam –  Hugh Lewin)    

Het is bijzonder dat uitgerekend de eerste zondag na het Pinksterfeest we in kleine bezetting weer kunnen samenkomen. Immers waar de Heilige Geest wordt uitgestort gaan deuren open.  Hopelijk zijn de maximaal 30 kerkgangers in juni een opmaat voor de maximaal 100 vanaf zondag 5 juli. Voorlopig is samenzang niet verantwoord en kan pastoraat slechts op afstand plaats vinden.
Ik ervaar het zelf in het pastoraat maar ook daarbuiten als een verarming  dat we elkaar niet meer aanraken.  De aanraking, de hand die je even op een schouder legt, maar ook de handdruk en de handen even langer vasthouden dan gebruikelijk waardoor je voelt: ik leef met je mee, ik denk aan je, je gaat mij ter harte.  De aanraking ! Wat is dat eigenlijk belangrijk. Veel dierbaren hebben we wekenlang niet in onze armen gesloten; alleenstaanden hebben in deze periode  vaak geen enkel lichamelijk contact gehad.  Iemand schreef dat hij huidhonger had: een intens verlangen naar aanraking. We concentreren ons in deze coronatijd op de bedreigende kant – aanraking kan een virus overbrengen -maar missen we de verrijkende kant van de aanraking. Onze gezondheid, psychisch of lichamelijk, hangt voor een belangrijk deel samen met de mate waarin lichamelijke aanraking door bijvoorbeeld streling plaats vindt.

We hebben het nodig om elkaar aan te raken. We weten uit allerlei onderzoek dat het essentieel is voor een zuigeling om veel geknuffeld en aangeraakt te worden.  Ik herinner me het intense gevoel van de nog warme baby op je lijf.  Gelukkig  is er ook voor de vader steeds meer aandacht gekomen voor het huid op huid contact met zijn pasgeboren kind. Zonder die lichamelijke hechting blijft het kind zijn leven lang problemen houden met sociale interacties. Inmiddels is gebleken dat aanraking  ook belangrijk is voor volwassenen: het zorgt voor vertrouwen in anderen, de wereld en jezelf.  ( Alle schrijnende verhalen over ongewenste aanraking, laat ik nu even buiten beschouwing.)

Bij aanraking moest ik denken aan de bekende fresco van Michelangelo. God wordt afgebeeld als die man die zijn hand en uiteindelijk zijn vinger  uitreikt naar die mens, Adam die door die hand nog net niet aangeraakt wordt: hij zal geraakt worden of is net geraakt. Ik moet denken aan psalm 8: “U hebt de mens bijna goddelijk gemaakt”. Wij werden en worden door God aangeraakt. Hoewel we God niet kunnen zien, worden wij toch door Hem aangeraakt. Dat is geloofstaal en ook een deel van de realiteit. God komt zo dichtbij als door Michelangelo geschilderd.  

Jezus raakte mensen aan of liet zich aanraken. Bijvoorbeeld in dat beroemde verhaal van die vrouw in die massa mensen die zo graag genezen wilde worden en die uiteindelijk alleen maar die kwast van het kleed van Jezus aanraakt en geneest.  En de kleintjes, de kinderen, Jezus omarmt hen en zegent hen.
Ik geloof dat God ons ook nu aanraakt, net als Jezus mensen aanraakte. Dat geeft moed om te leven.

In verbondenheid,
Ds Jolien Nak

26 mei 2020
Pastorale brief.  “ Pinksteren”


We zijn op weg naar Pinksteren. Dit jaar geen huis vol mensen. Na  Pinksteren mogen we weer samenkomen, maar diensten zullen slechts beperkt toegankelijk zijn.  De kerkruimte is inmiddels opnieuw ingericht volgens de anderhalve meter samenleving. Alle informatie hieromtrent volgt nog. Het komt erop neer dat ieder fysiek contact vermeden moet worden. Dus oppassen bij  binnenkomen en volg de looproutes.  Jaren geleden las ik een boekje met de titel “Het wordt kil in de kerk” ( H. Andriessen; G. Heitink). Dat ging toen over mensen die geen band meer voelen met de geloofsgemeenschap en afhaken. En over de bijzondere  pastorale verantwoordelijkheid die de gemeente heeft naar deze mensen. Als ik zie dat we voorlopig geen koffie drinken met elkaar en niet meer samen zullen zingen ( misschien wel neurieën) vraag ik me af  hoe we nog een warme en gastvrije gemeente kunnen zijn.
Hopelijk is deze crisis ook een kans. Kunnen zich nieuwe mogelijkheden aandienen. We zien het nog helemaal niet, maar ik dwing mij ertoe mij open te stellen voor het nieuwe.  
We moeten de kracht van de liefde ontdekken, de verlossende kracht van de liefde. Wanneer we die op het spoor komen, dan gaat er wat veranderen in de wereld. Dan zullen we van deze oude wereld een nieuwe wereld maken. Ik bid dat we deze woorden rond Pinksteren kunnen ontvangen. Veni Creator Spiritus, kom heilige Geest en verwarm onze kille harten. Kom tot ons en spreek over de kracht van de liefde.
Liefde die ondanks dat we elkaar niet kunnen ontmoeten wel voelbaar is . We weten ons met elkaar verbonden o.a. dankzij  de online vieringen die vanaf half juni ook live worden uitgezonden. Dat is aan u te danken. Aan uw royale gift om dit technisch mogelijk te maken. Ik zie het als een teken van warme verbondenheid. Maar die verbondenheid zie ik ook in het onderlinge pastoraat. Er is veel saamhorigheid en hulpvaardigheid. Dat houdt ons als gemeente gaande.
Gedragen door de Geest.  De heilige Geest wordt vaak voorgesteld als een duif. Dat wij op de vleugels van die duif gedragen worden. We ervaren dat niet altijd op momenten van diepe crises. Dan is het weg. Weggevlogen. De troostende woorden en verhalen lijken helemaal niet te werken. Dat alles wat je ooit geloofde van je is afgevallen. Verlieservaringen die haaks staan op waar je zo op hoopte of naar verlangde. Het kan een mensenleven verscheuren. Het is dat leven waar we allemaal zeer in deze bange tijd vol onzekerheden mee worstelen. De heilige Geest, de Trooster, lijkt ver weg.
Toch is dit wat midden in deze tijd tot ons gezegd wordt: “ allen werden vervuld van de heilige Geest”.( Hand. 2:4) De vogel Gods die haar vleugels breidt en ons tot nieuw leven wekt.    Een beeld dat het houdt in tijden van crises. Op Pinksteren horen we het verhaal van de ademtocht-van- Godswege, die vaardig werd over mensen en hen nieuw in beweging zetten. En dat nog steeds doet.
Ik wens u veel geestkracht.
                                 In verbondenheid,
                                                               ds Jolien Nak  


12 mei 2020
Pastorale brief.  De aarde is des Heren. 
                     
We zijn op weg naar Pinksteren. Pinksteren vieren we op de vijftigste dag na Pasen. De naam Pinksteren betekent ook vijftigste, maar het is meer dan een telwoord.  Het moment waarop de Geest over de apostelen kwam viel precies op het joodse Wekenfeest. Het wekenfeest, Sjavoeot, is net als Pesach van oorsprong een oogstfeest. De eerste opbrengst van de nieuwe oogst zal men aan God wijden. (Lev. 23: 15 – 17). Het tellen van de tussenliggende vijftig dagen heet de “Omertijd”. Omer is een joodse maat. Het is ongeveer de hoeveelheid voedsel die een mens per dag nodig heeft. Toen het volk in de woestijn trok mocht iedereen één Omer per dag aan brood oprapen. Het tellen van de vijftig dagen tussen Pesach en Pinksteren is een belangrijk ritueel: van dag tot dag brengt men zich Gods goedheid te binnen. Zoiets als : tel uw zegeningen, één voor éen.. ’
 
Pesach is het feest van de vrijheid en het Sjavoeotfeest gaat over de regels van de vrijheid, van de Thora, de wegwijzer ten leven, gegeven aan de mens door Mozes op de berg Sinaï. Tien geboden, tien woorden om de woestijn door te komen.
Bij één van die tien woorden wil ik even stilstaan om ónze woestijntijd door te komen. Onze uitzonderlijke tijd waarin we een deel van onze vrijheid hebben moeten opgeven.

Van sabbat naar jubeljaar: bevrijde tijd
“Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt.”  De sabbat is Gods paleis in de tijd. De dag van opademen, omdat God zelf opademde op de zevende dag. De dag van bevrijding, omdat God zijn volk bevrijdde uit de slavernij. Daarom zal niemand op sabbat gedwongen werk doen. Op sabbat heeft de scheppende en bevrijdende God het voor het zeggen. Gods zeggenschap betekent vrijheid voor allen.
Elk zevende jaar zal een sabbatsjaar zijn. een jaar van bevrijding, een jaar van rust en opademen, een jaar van kwijtschelding van schuld. Het sabbatsjaar is, zoals de zevende dag een dag van God is, een jaar van God. Een jaar waarin de aarde tot rust kan komen. Een jaar van vrijlating van slaven: Geen mens mag in eeuwigheid geknecht worden, immers de mens is beeld van God.  De kroon op de schepping is de sabbat. Scheppen is gericht op de sabbat. Mensen en dieren moeten regelmatig rust krijgen. In Egypte zijn zij slaven geweest en weten dus hoe het is om uitgebuit te worden. Mens en dier mag je niet uitputten met werk. Dieren mag je niet tot het uiterste gebruiken voor een zo hoog mogelijke opbrengst, want de sabbat is de voltooiing van de schepping en dieren zijn je medeschepselen. In onze 24 uurs economie, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar, gericht op steeds hogere productie is die boodschap actueler dan ooit ( Ex 23: 12)

Jubeljaar: jaar van opademen en nieuw begin
Na zeven sabbatsjaren, na 49 jaar: het vijftigste jaar is een jaar van grote verzoening. Niet voor niets wordt dit jaar aangekondigd door een blazen op de ramshoorn ( jobeel) . Stel je voor: nu gaat Gods jobeeljaar beginnen, een jaar van bevrijding voor mensen -aan-de-grond. Een jaar van nieuw begin. Dan mag er niet gezaaid en geoogst worden en is wat groeit in het land weer voor iedereen, voor alle mensen en alle dieren. Bovendien gaat dan alle land naar de oorspronkelijke eigenaar terug – “ in het jubeljaar zal ieder naar zijn eigen grond terugkeren – en mensen die in schuldslavernij zijn geraakt komen vrij. De grond mag je niet ongestraft opgebruiken. Ook met de grond moet je, net als met andere mensen en met dieren, zorgvuldig omgaan. De planeet niet belasten met een ondraagbare last.

Ben ik mijn broeders hoeder?
Zijn we eigenaars, exploitanten, of hebben we de aarde in bruikleen? Om die vragen gaat het.
De reden die voor het jubeljaar gegeven wordt: het land en mensen behoren God toe. “ Land mag nooit verkocht worden, alleen verpand, want het land behoort Mij toe ( Lev 25:23) . Bezit van land en zeggenschap over anderen zijn dus betrekkelijk.
In Leviticus 25 zie je de zuster en de broeder verarmen, wegzakken en uiteindelijk door de bodem zakken. Het gebod van God is dat je de broeder zult vastgrijpen, zult staande houden, zodat hij naast je zal overleven. Het zal niet gebeuren dat hij niet langer je naaste is.  Je zult steeds opnieuw zijn naaste worden. Zo bevrijd je je broeder en zuster en zorg je dat hij of zij niet uit de gemeenschap , uit de solidariteit wegzakt en losraakt .
Je ziet het voor je, een mens die wegzakt en zijn hand uitsteekt. Wie helpt? Grijpen zul je die hand.
Anders zakt een medemens weg. Je zult de hand van de wegzakkende vrouw of man naast je niet alleen grijpen, je zult ook iets in die hand stoppen. Je zult erop uit zijn dat die mens naast je, ook die naaste die aan de andere kant van de wereld woont, niet langer wankelt. Je zult hem weer grond onder de voeten geven, dat is solidair zijn ( sol = grond; solidus = stevig).

U herinnert zich misschien ook nog  dat project van de VN “Jubilee 2000”. Je zou het kunnen zien als een actualisatie van het jubeljaar. Het was een project van de Verenigde Naties om gedeeltelijke kwijtschelding van schulden te krijgen voor landen die zo’n grote schuld hadden dat ze die nooit zouden kunnen terug betalen zonder dat de bevolking  onder het bestaansminimum zou komen. Het gebrek aan solidariteit aan het zwaar getroffen Italie is Nederland ernstig verweten.  De bede uit het Onze Vader “zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven” krijgt nu wel een extra betekenis. Bovendien is internationale samenwerking en handel van het grootste belang om de problemen die op ons afkomen aan te pakken.
 We are one world. De wereldbevolking als één samenleving. Kunnen de sabbatswetten ons helpen ons te richten op een wereld waar ongelijkheid en onbalans zijn recht gezet?  
“Door allen, voor allen”  om met de Nederlandse wijkverpleging te spreken.

Ons karakter wordt getest.   Wat voor generatie willen wij zijn?  
In deze overgangstijd zullen we onze manier van leven heroverwegen. Er ligt een moeilijk begaanbare weg voor ons dat is de weg van de verandering.  
 Er is ook hoop, als kwaliteit  van de ziel, die niet afhangt van wat er in de wereld gebeurt ( Havel)   Het vraagt niet alleen om moed ,maar ook om een sterk geloof  om je voor te stellen dat deze woestijntijd een zee van bloemen kan voortbrengen.

Komt kinderen niet dralen
want de avond is nabij!
Wij zouden licht verdwalen
in deze woestenij.
Komt vatten wij dan moed
naar de eeuwigheid te streven,
van kracht tot kracht te leven
In ’t eind is alles goed.

Uw ziel moet gij stofferen
maar niet uw aardse stee.
Als gij gaat pelgrimeren
wat neemt gij met u mee?
Gemak wordt u tot last.
Een pelgrim moet zich voegen
met alles vergenoegen,
want hij is slechts te gast . ( LB 1973, lied 441: 1,5)  
     
In verbondenheid,
ds Jolien Nak

29 april 2020
Pastorale brief. “ In Uw hand zijn mijn tijden”

“De hand van God “ van Gustav Rodin vinden we in het Musée de Rodin in Parijs. Een grote rechterhand, die zelf uit een zeer ruw gehouwen blok marmer tevoorschijn komt. In die hand de schepping van de mens, man en vrouw.  De hand van de Schepper is ook die van de beeldhouwer.                                                                                                                                                             
“ Wees maar niet bang zegt Hij… hier is mijn hand”. Deze woorden stonden op de liturgie bij het afscheid van Aad van Egmond
 Op vrijdag 24 april jl. hebben wij in kleine kring afscheid moeten nemen van Adrianus van Egmond. Geliefd  gemeentelid  en regelmatig voorganger in onze gemeente.  Aad had zelf de liturgie bij zijn afscheid samengesteld:  
Ik ben het, zegt Gij dan.
Kom maar met Mij
mee naar de overkant
Wees maar niet bang, zegt Gij,
hier is mijn hand. (LB 917:6)

Deze tekst van Muus Jacobse gaat over Marcus 6: 45 – 51a. Dat wilde Aad graag gelezen hebben.  De leerlingen van Jezus voelen zich in hun scheepje alleen gelaten. Ze zijn bang. Het scheepje wordt geteisterd door hoge golven, want de wind was tegen.. Als de Meester hen eindelijk verschijnt, wandelend over het water ( bijbels beeld van chaos, angst en dood) herkennen ze Hem eerst niet als de Levende, die heerst over de machten van de dood. Jezus stapte bij hen in de boot, en de wind ging liggen.
Daar moet het  over gaan, zei Aad op zijn sterfbed. Dat Jezus de machten met voeten treedt. Jezus is heerser over de machten. Het gaat over ons mensenleven. We worden op weg gestuurd met geen andere zekerheid dan die hand van God. Grijp die uitgestoken hand van Liefde, dan komt het wel goed.

Aad was in de leer geweest bij K.H. Miskotte, één van de meest invloedrijke Nederlandse theologen in de vorige eeuw en leerling van de  Zwitserse theoloog Karl Barth . Samen met zijn collega ds van Til ( vader van Marian Berghuis) ging hij naar bijeenkomsten in Heiloo om geïnspireerd te worden door de woorden van Miskotte. Zijn invloed hoorden we terug in de preken van Aad. Een combinatie van solidariteit en sensibiliteit ten aanzien van het moderne leven met de structuren van de Bijbelse theologie. Aad zou Aad niet zijn als hij niet op zijn geheel eigen wijze  - met veel humor – het christelijk geloof en de moderne cultuur met elkaar in contact bracht.

Op 9 mei 1945 hield Miskotte een historisch geworden preek: “ Gods vijanden vergaan”
Nu, na 75 jaar staan wij op 4 en 5 mei opnieuw stil bij de nationale viering van de bevrijding . “Vrijheid “was een kernwoord in het denken van Aad. In zijn boek “Het Christelijk Geloof” noemt hij de Bijbel een bevrijdingsverhaal. Dat bleek voor sommigen op onze huiskamerbijeenkomsten een nieuwe kijk op de bijbel te geven.  Van begin tot eind vertellen mensen er  hun bevrijdingsverhalen.

Als wij volgende week ons bevrijdingsverhaal vieren,  twee  minuten stil zijn en het Wilhelmus zingen, staan we stil bij waartoe mensen in staat zijn. Iets wat we nooit moeten vergeten.
De vrijheid is ons destijds ontnomen door een buurland. Nu wordt de vrijheid ons ontnomen door een onzichtbaar virus. Op zovele manieren kunnen wij onze vrijheid verliezen.

Daarom nogmaals lied 917 uit de liturgie bij het afscheid  van Aad van Egmond.
Kom met uw scheppingswoord
In onze ziel!
Spreek dat de wind het hoort!
Kom, dat het water knielt,
Bij ons aan boord!  (LB 917: 5)

Woorden als een gebed: overwin met uw woord de dood die ons van binnen en van buiten bedreigt.

                                                                        In verbondenheid,  ds Jolien Nak                
                                       
21 april 2020
Pastorale brief :  “ Geef mij nu je angst….”

De schreeuw – Edvard Munch

Op een avond wandelde ik langs een weg – aan de ene kant lag de stad, onder me lag het fjord. Ik voelde me moe en ziek – ik bleef staan uitkijken over het fjord. De zon ging onder – de wolken waren rood getint als met bloed. Het kwam me voor alsof de hele natuur aan het schreeuwen was – het was net of ik een schreeuw kon horen. Ik schilderde dat doek, schilderde de wolken als echt bloed. De kleuren schreeuwden. Het resultaat was “de schreeuw” .
Dat zijn de woorden van de Noorse schilder Edvard Munch.  Die schreeuwende mens staat op ons netvlies. Dit  beeld komt mij in deze dagen van corona steeds voor ogen. Ik hoor de schreeuw, de wanhoop van de wereld. Het zijn bange dagen, en wij zijn bange mensen. Bang voor onze gezondheid, bang voor economische recessie, bang dat het allemaal heel lang gaat duren. Ik merk dat velen van ons vooral bang zijn voor anderen, dat die wat overkomt. Maar ook het besef van eigen kwetsbaarheid maakt ons allemaal bange mensen  “ Voor alles bang geweest”  schreef Joost Zwagerman.  “ Voor teveel mensen, in een lift en of streekbus’… “ Voor toekomst, verleden, het stuiterende hier en nu.” Hoe herkenbaar zijn deze regels in onze tijd.  
Het lijkt of we de weg zijn kwijt geraakt. Dat wisten we diep van binnen al langer. We hadden al veel eerder het gevoel dat onze 24-uurs economie, zeven dagen per week, 365 dagen per jaar gericht op steeds hogere productie, mens en dier en aarde zouden uitputten. Dat gevoel dat het zo niet langer kan wordt door deze crisis versterkt. Een gevoel van schaamte voel je opkomen als je denkt aan onze kinderen en kleinkinderen. Wat voor wereld laten wij achter.  We hebben elkaar nu echt nodig om het goed te maken. Herstel van de grond en van maatschappelijke verhoudingen. Zorg voor de aarde en vrijheid voor mensen is immers onze roeping.  
We weten dat deze crisis, deze beproeving voorbij zal gaan. Dat er een uitweg komt. Ik hoop dat we in deze bizarre tijd tot inkeer en bezinning komen. Dat we van deze donkere tijd leren. Dan is deze crisis niet voor niets geweest.. Maar intussen moeten we wel door een heel moeilijke periode heen. Als we denken aan de Syrische vluchtelingen aan de grenzen van Europa, laten we dan niet vergeten dat de nood elders hoger is dan bij ons. Blijft wel de vraag hoe we door deze donkere periode heenkomen. Wat geeft ons hoop, inspiratie en goede moed op onze tocht door de woestijn?
Ik moet denken aan psalm 91:
Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont
En overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende
Zegt tegen de Heer:  Mijn toevlucht en mijn vesting,
Mijn God , op u vertrouw ik.

Hij bevrijdt je uit het net van de vogelvanger
en redt je van de dodelijke pest,
hij zal je beschermen met zijn vleugels,
onder zijn wieken vind je een toevlucht,
zijn trouw is een veilig schild.

Vertrouwen dat God voor ons een toevlucht is. Toevlucht zoeken en vinden, schuilen zijn voor mij woorden die iets zeggen over die God die voor ons vaak onzichtbaar is, maar aan het woord komt en zichtbaar wordt waar mensen voor elkaar een toevlucht zijn. Misschien is God wel daar in ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg etc. – waar menselijkheid is, liefde en toewijding.
“Geef mij nu je angst, ik geef je d’r hoop voor terug “  is het slotlied van de Passion dit jaar.
Met Pasen in de rug, het feest van de hoop, in het licht van de nieuwe Paaskaars die als een godslamp branden blijft, mogen wij in vertrouwen verder gaan.  
In verbondenheid,
 ds Jolien Nak
                                                                                                                                                                                          
16 april 2020
Pastorale brief “ Er zij licht”

Nu we fysiek geen contact kunnen hebben ontvangt u regelmatig een schrijven van uw predikant.
In deze week, met het licht van de nieuwe paaskaars in de rug mogen we verder. Op Paasmorgen werd de nieuwe Paaskaars door de diaken binnen gebracht. “Het licht van Christus”.  Op de nieuwe paaskaars zien we : de kleuren van de regenboog, de kleuren van het verbond en de zon die over ons opgaat. Terwijl de plechtige intocht van het Licht plaats vond hoorden we  
O vlam van Pasen steek ons aan,
De Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon voor wie het duister zwicht,
De Zoon is als de zon, zo licht. (  Liedboek 637)
Het Licht van Pasen licht ons bij. Maar ook de dagen worden langer en hopelijk wordt het lichter, omdat de donkere wolken van de coronacrisis langzaam wegdrijven.  
Dit jaar konden we helaas niet met een klein kaarsje het licht aan elkaar doorgeven, zoals we dat gewend zijn. We konden niet het licht ontstoken aan de Paaskaars verspreiden, maar we kunnen wel  het licht laten schijnen door oog en oor te hebben voor wie juist in deze donkere crisis hulp nodig heeft.  
Altijd hebben mensen licht ontstoken in het donker. Dat vergroot de greep van de mens op zijn omgeving. Doordat hij meer ziet – de weg bijvoorbeeld, en de hindernissen daarop – kan hij verder gaan en meer doen. Hij kan zich bovendien effectiever teweerstellen tegen bedreigingen. Door dit alles is licht voor het besef van mensen van meet af aan verbonden met veiligheid, met heil en met het leven zelf.
In de bijbel zijn Gods eerste woorden “ Er zij licht ”. Daar is alles mee begonnen: met dat woord van God. Dat woord dat daad wordt in de schepping:  “ En er was licht”. Het woord van God heeft de duisternis, de chaos, alles wat het echte leven in de weg staat geoordeeld en overwonnen. Zo bezien wordt het licht tot een teken van hoop. Niet voor niets begint de evangelist Johannes zijn evangelie op bijna gelijke wijze als Genesis: “ In den beginne was het Woord”; een levend , creatief woord dat het licht der mensen wordt genoemd en dat schijnt in de duisternis. Verderop in zijn evangelie zegt Jezus het van zichzelf: Wie mij navolgt zal nooit in het duister dolen, maar het levenslicht hebben. Niet alleen zichzelf  betitelt Jezus als het licht der wereld, ook zijn volgelingen noemt hij zo: Jullie zijn het licht der wereld ( Matth. 5)
Veel mensen zijn in deze donkere dagen als een Florence Nightingale ( The lady with the lamp) een lichtdrager. Veel mooie initiatieven bloeien op die de saamhorigheid versterken. En wie zelf niet buiten komt kan wel bijdragen in gebed. Zoals de kloosterling  de wereld draagt door het voortdurend gebed, bidt om Gods lichtende aanwezigheid.
                                                                                              In verbondenheid,     ds Jolien Nak
 

In de Franciscaanse gemeenschap is een geliefde tekst: Je kunt niet vechten tegen de nacht, maar je kunt een licht ontsteken.  
 Met de woorden van Franciscus van Assisi bidden wij tot God.
Barmhartige,
Maak mij tot een werktuig van Uw vrede
Laat me liefde brengen waar haat heerst
Laat me vergeving brengen waar beledigd werd.
Laat me eendracht brengen waar tweedracht is.
Laat me waarheid brengen waar mensen dwalen
Laat me geloof brengen waar getwijfeld wordt
Laat me hoop brengen waar gewanhoopt wordt
Laat me licht brengen waar het duister daalt
Laat me vreugde brengen waar droefheid is.
En geef dat ik bij dit alles veeleer zoek
Te troosten dan getroost te worden
Te begrijpen dan begrepen te worden
Te beminnen dan bemind te worden.
Want het is door te geven dat men krijgt
Door zichzelf te verliezen dat men vergeven wordt
En door te sterven dat men verrijst
Tot eeuwige leven
Amen


      



3 april 2020

GELIEFDE GEMEENTE,
Graag willen we , ook in deze tijd van sociale onthouding met elkaar verbonden blijven. De
coronacrisis heeft grote impact op mensenlevens maar ook op het leven van onze
geloofsgemeenschap, nu wij niet meer samen kunnen komen.
Om u te bemoedigen, en het onderling contact te behouden heeft de kerkenraad besloten
regelmatig een pastorale brief uit te doen gaan. Een brief met enkele persoonlijke gedachten van uw
predikant, teksten, een gedicht...als tegenwicht in deze bange dagen van zorg en onzekerheid. In
deze verwarrende en angstige tijd komen veel vragen naar boven. Vragen van geloof en beproeving
van moed en vertwijfeling.
Te midden van alle angst en zorgen rondom het Coronavirus, beginnen hier en daar ook andere
geluiden door te klinken. Biedt deze crisis niet ook onverwachte kansen? Zou de pandemie niet het
startpunt kunnen zijn van een eenvoudiger levensstijl of nieuwe economie? Dat soort geluiden hoor
ik veel om mij heen van jongeren en ouderen. Ja, wie weet en welke rol zou de kerk daar dan in
kunnen spelen? Kunnen christelijke waarden als gebed en meditatie, naastenliefde, zorg voor de
schepping en een economie van het genoeg daarin nieuwe betekenis krijgen? Ik hoop het van harte.
De pandemie vraagt van ons allen solidariteit en discipline om binnen te blijven, ook tijdens Pasen.
Nu wij zo op ons zelf zijn terug geworpen is het moeilijk om te geloven. Geloven in je eentje?
Onmogelijk! Zo klinkt het vaak. En toch zal het moeten nu de kerken dicht zijn. Gelukkig kunnen wij
vanuit het Trefpunt online diensten verzorgen. Om thuis toch een beetje het kerkgevoel te krijgen
kunt u thuis een kaarsje aansteken. Laat u tijdens de uitzending niet storen en neem de tijd om te
kijken en te luisteren. Nu we tijdelijk een digitale geloofsgemeenschap zijn, missen we wel de koffie
na de dienst. Dat blijkt toch een gemis. Dat gezellige bij elkaar zijn, horen hoe het met die en gene is,
blijkt toch een belangrijk onderdeel van onze samenkomsten. Vandaar dat het Pastorale Team een
telefooncirkel heeft ingesteld om toch het gevoel te geven dat er saamhorigheid is en contact. Ik
besef dat een uitgezonden kerkdienst geen gewone dienst of viering kan vervangen, maar ik ben wel
erg blij dat we u een digitaal alternatief kunnen bieden.
Ik wens u allen een goede Stille Week op weg naar Pasen.
Lockdown (vertaald)
Ja, er is angst. Ja, er is isolatie. Ja, er wordt gehamsterd.
Ja, er is ziekte. Ja, er is zelfs dood.
Maar,
Ze zeggen dat je in Wuhan na zoveel jaren van lawaai
de vogels weer kan horen zingen.
Ze zeggen dat na slechts een paar weken van rust
de lucht niet langer stijf staat van de smog
maar blauw en grijs en helder is.
Ze zeggen dat in de straten van Assisi mensen elkaar toezingen
over de lege pleinen en hun ramen openhouden,
zodat zij die alleen zijn de geluiden van families
om hen heen kunnen horen.

Ze zeggen dat een hotel in het westen van Ierland
gratis maaltijden aanbiedt en bezorgt bij hen die aan huis gebonden zijn.
Vandaag is een jonge vrouw die ik ken druk bezig om in haar buurt
flyers te verspreiden met haar nummer zodat ouderen iemand hebben die ze kunnen bellen.
Vandaag bereiden kerken, synagoge’s, moskeeën en tempels zich voor
om dakloze, zieke en vermoeide mensen te kunnen verwelkomen en onderdak te bieden.
Over de hele wereld beginnen mensen te vertragen en te reflecteren.
Over de hele wereld kijken mensen op een nieuwe manier naar hun buren.
Over de hele wereld worden mensen ontvankelijk voor een nieuwe werkelijkheid,
voor hoe groot we eigenlijk zijn en hoe klein onze feitelijke controle,
voor wat er werkelijk toe doet.
Voor liefde.
Dus we bidden en realiseren ons:
Ja, er is angst, maar er hoeft geen haat te zijn.
Ja, er is isolement, maar er hoeft geen eenzaamheid te zijn.
Ja, er wordt gehamsterd, maar er hoeft geen gierigheid te zijn.
Ja, er is ziekte, maar de ziel hoeft niet te lijden.
Ja, er is zelfs dood, maar er kan altijd een wedergeboorte van liefde zijn.
Word je bewust van de keuzes die je maakt voor je leven nu.
Vandaag: Adem.
Hoor,
achter de fabrieksgeluiden van je paniek,
zijn de vogels weer aan het zingen,
klaart de hemel op, is de lente in zicht.
En altijd worden we omringd door Liefde.
Open de ramen van je ziel.
En al ben je niet in staat
om de ander over het lege plein aan te raken:
Zing. 
terug
 
 
 

Koffiekring: deze aciviteit gaat weer door met inachtneming van de coronamaatregelen
datum en tijdstip 12-08-2020 om 10.00u
meer details

Viering
datum en tijdstip 16-08-2020 om 10.00u
meer details

Viering
datum en tijdstip 23-08-2020 om 10.00u
meer details

Koffiekring: deze aciviteit gaat weer door met inachtneming van de coronamaatregelen
datum en tijdstip 26-08-2020 om 10.00u
meer details

 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.